zoeken op parasiet
INFO

   Home > zoeken op parasiet > Appelheksenbezem

Appelheksenbezem

Candidatus Phytoplasma mali

 Type: Bacterie

  Schadebeeld
De eerste meldingen van de aanwezigheid van dit fytoplasma in België situeren zich begin jaren ‘80. Appelheksenbezem (AP) werd voor het eerst waargenomen in 1981 en voor het eerst geïdentificeerd via moleculaire analyse in 2011. Fytoplasma’s zijn polymorfe, celwandloze bacteriën die het floëem van talloze waardplanten kunnen infecteren. Ze veroorzaken groeistoornissen, die naargelang de infectiegraad sterk uiteenlopende symptomen tot uiting kunnen brengen, afhankelijk van ondermeer de variëteit, de groeikracht van de plant of de klimaatscondities. Symptomen van AP bij Malus zijn onder meer vorming van een heksenbezemstructuur ten gevolge van het uitlopen van slapende okselknoppen, smallere bladeren met vergrote steunblaadjes, langere bloemstelen, soms zomerbloei en de kleinere, weinig gekleurde vruchten met lange, smalle vruchtsteeltjes. Zo is de symptoomexpressie van AP het grootst in de eerste 3 à 6 jaren en neemt ze daarna geleidelijk af. Soms zijn er gedurende meerdere jaren geen symptomen waarneembaar om dan plots weer te verschijnen. Symptomen kunnen voorkomen bij zowel jonge als oudere bomen, dit zowel in productiebedrijven als in de opkweek, bij particulieren en in openbare tuinen. Zowel bomen met als zonder symptomen kunnen positief testen.

  Cyclus
AP fytoplasma's (Apple Proliferation phytoplasma) zijn bacteriën zonder celwand (± 0,3 μm groot). Fytoplasma’s kunnen niet op een kunstmatige voedingsbodem gekweekt worden. Ze bevinden zich in hoofdzaak in het floëem, het transportkanaal van voedingsassimilaten van de plant. Mogelijke verspreidingswijzen voor fytoplasma’s kunnen als volgt worden samengevat: verspreiding via vermeerderingsmateriaal (onderstam en/of enthout) is vooral van belang bij de opkweek van (sier)fruitbomen. Daarnaast kan de ziekte overgedragen worden door insecten met stekend-zuigende monddelen die tot in het floëem reiken en zo via het plantensap de ziekteverwekker van boom tot boom kunnen overdragen. Voor AP zijn dit bladvlooien die tot het genus Cacopsylla behoren: de belangrijkste overdragers zijn C. melanoneura en C. picta. Hoewel deze insecten vrij trouw zijn aan een waardplant, hebben ze soms een alternatieve waardplant. Zo komt de meidoornbladvlo C. melanoneura primair voor op Crataegus, maar wordt ze secundair ook op appel aangetroffen. Een laatste verspreiding kan gebeuren door het in elkaar vergroeien van de wortels van een gezonde en een aangetaste boom. Deze verspreidingsmethode is niet relevant voor opkweek- en sierteeltproductiebedrijven in potten/containers, maar eerder een risico voor openbaar groen en voor fruitteeltproductiebedrijven. Fytoplasma’s kunnen niet mechanisch worden overgebracht door bijvoorbeeld snoeien. Ook stuifmeel, vruchten en zaden spelen geen rol in de verspreiding van AP.

  Beheersing
Beheersing van een besmetting met AP is gericht op preventieve acties die de insleep en de verspreiding ervan verhinderen. Voor de fytoplasma’s is pathogeenvrij uitgangsmateriaal zeker een erg belangrijk aspect in de beheersing van de ziekte. Starten met materiaal vrij van fytoplasma’s is echter geen garantie dat de bomen later toch niet geïnfecteerd kunnen worden, maar het is alvast een propere start. Eens een boom besmet is, is directe bestrijding met gewasbeschermingsmiddelen niet mogelijk. Aangetaste bomen blijven drager, ook na het wegsnoeien van zieke delen, en vormen een risico voor de verdere verspreiding van het fytoplasma. Besmette bomen (en eventueel bomen links en rechts daarvan) dienen onmiddellijk gerooid te worden. Ook de wortels moeten volledig verwijderd worden. Plant op de plaats of in de buurt van de besmette bomen geen waardplanten voor het fytoplasma of voor de vectoren. Detecteer mogelijke infectiebronnen in de buurt van een aantasting. AP is reeds geruime tijd opgenomen in de lijst van de gereglementeerde schadelijke organismen die niet mogen binnengebracht of verspreid worden in de lidstaten van de EU. Wordt er toch een aantasting door fytoplasma’s vastgesteld op een bedrijf, in een gemeente of in een particuliere tuin in België, dan is er meldingsplicht aan het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). Om verspreiding en overleving van de fytoplasma’s te beletten, dient men onverwijld maatregelen te treffen die onderworpen zijn aan wettelijke bepalingen.

  Waardplanten
Malus
Het fytoplasma appelheksenbezem (Apple Proliferation, AP) heeft als belangrijkste waardplant Malus. AP werd ook al aangetroffen in Crataegus monogyna, maar zijn rol als inoculumbron is nog onduidelijk.


Daar het onmogelijk is om van een parasiet op elke plant een foto weer te geven, wordt de meest representatieve foto getoond.
Over het Waarnemings- & Waarschuwingssysteem | Over deze app en gebruiksvoorwaarden
© Viaverda | Privacyverklaring en Cookiebeleid - Alle rechten voorbehouden