|
| |
| Ei |
| De eitjes van de eikentopgalmug zijn roze gekleurd en worden rond de schuivende knoppen gelegd. |
| |
| Larve |
| Eerst zijn de pootloze larven geelachtig wit van kleur en naarmate ze ouder worden verkleuren ze naar roze. Ze kunnen tot 3 mm lang worden. De larven zuigen aan de nog niet ontvouwen bladeren die later afsterven. Door het afsterven van de eindscheut treedt de bekende schade op. |
| |
| Pop |
| De eikentopgalmug overwintert in een cocon in de bovenste grondlaag. De laatste generatie larven laat zich op de grond vallen om te verpoppen. De verpopping van de volgende generaties gebeurt op de scheut zelf. |
| |
| Adult |
| De eikentopgalmug is een klein mugje (2 mm) met rood gekleurde vleugeltjes. De eerste generatie komt voor van poppen die overwinterd zijn in de grond. |
|
| De larven van deze mug voeden zich met de openvouwende bladeren van de eik. Door deze aantasting openen de opgevouwen bladeren zich niet, kleuren zwart en vallen later af. Als gevolg hiervan komen zijscheuten tot ontwikkeling waardoor een abnormale vertakking plaatsgrijpt. Vooral jonge planten ondervinden ernstige hinder (kwekerij), volwassen bomen zijn minder gevoelig. |
|
| De muggen verschijnen gelijk met het uitlopen van de knoppen (meestal vanaf eind april). Ze leven slechts enkele dagen en zetten in die periode hun eieren af in de schuivende eind- en zijknoppen van eiken. Na drie tot vijf dagen, afhankelijk van de temperatuur, ontluiken de eieren. De larven, die aanvankelijk geelwit en later lichtrood van kleur zijn, voeden zich met plantensap. Ze zijn volgroeid na ongeveer vijf à tien dagen (3 mm) en verpoppen in de verwelkte knoppen of in de grond. Na ongeveer één tot vijf weken sluipt de mug uit. Er komen meestal drie generaties voor. De tweede generatie kan men na half juli verwachten. De totale cyclus van ei tot adult neemt ongeveer 1 maand in beslag. De grootste populatie mugjes komt voor in mei-juni. |
|
| Omdat er verschillende generaties per jaar voorkomen, dienen een aantal behandelingen uitgevoerd te worden. Omdat het over vliegende insecten gaat, is het echter moeilijk deze parasiet volledig uit de kwekerij te bannen. Het is wel de mug die moet bestreden worden daar de larven te goed verscholen zitten. Het is vooral in de teelt van bosplantsoen een probleem. Oudere bomen hebben weinig of geen hinder van deze parasiet. |
|
 |
 |
| Waardplanten |
| Quercus |
 |
| Vooral Quercus robur en Quercus petraea, minder op Quercus rubra. |
|
|
 |
 |
 |
| Nuttigen |
| Omdat galmuggen redelijk goed verscholen zitten tussen jong blad of in gallen, komt er zelden parasitering voor. Er zijn wel sluipwespen die een enkele galmug kunnen parasiteren maar zijn niet zo belangrijk. |
|
|
 |
|