 |
|
| |
| Ei |
| Vrouwelijke roestmijten (deutogynen) overwinteren tussen de knopschubben of onder de schors. In het vroege voorjaar, zodra de temperatuur rond de 15°C ligt, leggen zij de eerste, onbevruchte eitjes op de openschuivende eindkoppen. De ronde of elliptische eitjes zijn ongeveer 20 à 60 µm groot en dus niet zichtbaar met het blote oog. Hieruit ontstaat de eerste generatie roestmijten bestaande uit gewone vrouwtjes (protogynen) en mannetjes, die zich wel geslachtelijk voortplanten. Gedurende de zomermaanden vormen zich meerdere generaties. De laatste generatie mijten bestaat terug uit deutogynen. |
| |
| Larve |
| In tegenstelling tot de echte spintmijten hebben volwassen roestmijten slechts twee paar poten. De nimfen hebben wel drie paar poten. Er zijn 2 nimfestadia alvorens de mijten het volwassen stadium bereiken. |
| |
| Adult |
De volwassen roestmijten zijn ongeveer 0,15 mm lang en hebben een wormvormig lichaam. Ze zijn meestal terug te vinden aan de onderzijde van het blad. Bij een zware aantasting kan men de bleekbruine mijten met het blote oog waarnemen tegen de zwarte achtergrond van de afstervende bladeren en knoppen.
|
|
 |
| De mijten zuigen aan de uiterste groeipunten van de plant, waardoor de eindscheuten roestbruin verkleuren en afsterven. Het gevolg is dat de zijogen uitlopen en op hun beurt worden aangetast wanneer men niet ingrijpt. De schade is vooral te mijden in de teelt van zaailingen en de opkweek van (laan)bomen. De groei van de plant valt volledig stil en er treedt een abnormale zijdelingse vertakking op doordat de eindknop afsterft. |
|
 |
| Deutogynen overwinteren en zorgen in het voorjaar voor onbevruchte eitjes. Hieruit ontstaan de nimfen die uitgroeien tot protogynen en mannelijke mijten. Deze zorgen voor de geslachtelijke voortplanting. Tijdens de zomermaanden leven verscheidene generaties op de plant. In het najaar ontstaat een laatste generatie die uitsluitend uit deutogynen bestaat. |
|
 |
| Met een eenmalige bespuiting vroeg in de zomer zou het mogelijk zijn om de populatie roestmijten voor de rest van het seizoen beneden de schadedrempel te houden. |
|
|