INFO

   Home > zoeken op plant > > Japanse vlieg

Japanse vlieg

Stephanitis spp.

 Synoniem: Netwants
 Type: Insect

  Beschrijving
 
Ei
In de nazomer en de herfst worden de eitjes gelegd (tot 380 per vrouwtje), meestal langs de hoofdnerf aan de onderkant van het blad. De eitjes liggen ingezonken in het bladweefsel. Het vrouwtje bedekt ze met een zwart vernisachtig laagje (uitwerpselen) dat ze beschermt tegen parasitisme door sluipwespen en tegen andere vijanden.
 
Larve
De insecten doorlopen een onvolledige gedaanteverwisseling (geen popstadium). De larven (4 tot 5 stadia) van de Japanse vliegsoorten gelijken zeer sterk op elkaar. Ze zijn donker gevlekt en hebben lange, stevige stekels op hun lichaam. Na iedere vervelling lijkt de larve beter op het volwassen insect doordat de vleugelstompjes langer worden. Aanvankelijk voeden de jonge larven zich in groepjes aan de onderzijde van het blad. Naarmate ze ouder worden, verdelen ze zich over de gehele bladonderzijde.
 
Adult
Het volwassen insect is redelijk klein, ongeveer 4 mm lang. Het lichaam is bruin tot zwart. De verschillende soorten Japanse vlieg kunnen van elkaar onderscheiden worden op basis van de dwarsbanden op de vleugels en de kleur van de halsblaas.

  Schadebeeld
Doordat de larven en de volwassen dieren de cellen leegzuigen langs de bladonderzijde ontstaan langs de bladbovenzijde bleke vlekjes. Naarmate de aantasting vordert, vloeien de vlekjes samen. Uiteindelijk zal het blad vergelen, verdrogen en afvallen. In de beginfase kan het schadebeeld verward worden met dit veroorzaakt door spinten of cicaden. Een aantasting door Japanse vlieg kan het gemakkelijkst herkend worden aan de onderzijde van de bladeren. Naast de aanwezigheid van larven, vervellingen en volwassen Japanse vliegen, geeft het voorkomen van vele pikzwarte, natte plakjes (uitwerpselen) absolute zekerheid. Planten in warme, droge situaties zijn het meest kwetsbaar voor een aantasting.

  Cyclus
Deze insecten overwinteren als wintereieren. De wintereieren ontluiken eind april-begin mei. Er zijn 4 of 5 larvale stadia. De ontwikkelingsduur van ei tot imago varieert tussen de 27 en 70 dagen en is afhankelijk van de soort en de temperatuur. Hoe hoger de temperatuur, hoe sneller de ontwikkeling. Het aantal generaties varieert van soort tot soort. De Rhododendronnetwants (S. rhododendri) heeft één generatie, Stephanitis takeyai 2 tot 4. De insecten verkiezen eerder plaatsen in de zon.

  Bestrijding
In het voorjaar, vóór het ontluiken van de wintereitjes, de aangetaste planten sterk insnoeien en het snoeisel verbranden. Bij aanwezigheid van larven en/of volwassenen overgaan tot een chemische bestrijding. Hierbij dient de onderkant van de bladeren goed geraakt te worden.

  Waardplanten
Azalea, Cinnamomum, Diospyros, Illicum, Kalmia, Leucothoe, Lindera, Lyonia, Pieris, Rhododendron, Sassafras, Styrax


Daar het onmogelijk is om van een parasiet op elke plant een foto weer te geven, wordt de meest representatieve foto getoond.
Over het Waarnemings- & Waarschuwingssysteem | Over deze app en gebruiksvoorwaarden
© Viaverda | Privacyverklaring en Cookiebeleid - Alle rechten voorbehouden